Planten & Dieren , Eten & Drinken , Huis & Omgeving

t Koolzoad in de blui

‘Naar de bollen, die heerlijke bollen, want die zie je maar eenmaal in het jaar’ zong Louis Davids in 1936. In de naoorlogse jaren kwam in Groningen een equivalent van het uitstapje naar de bollenvelden van de grond: toeren langs het bloeiende koolzaad in Noord-Groningen en het Oldambt. De koolzaadtochten konden wandelend, op de fiets, met de auto of per bus worden gemaakt.

t Koolzoad in de blui

Koolzaadveld tussen Baamsum en Woldendorp. Foto Harry Perton.

Bloeitijd

Het gele koolzaad, bloeiend in april-mei, is een beeldbepalend gewas voor het Groninger land. Niet voor niets komt het voor in Ede Staals overbekende sfeertekening van t Hoogelaand:  t Is de waait, t is de hoaver, t Is t koolzoad in de blui, t Is de horizon bie Roanum, Vlak noa n dunderbui.

Koolzaad wordt al eeuwenlang in Groningen verbouwd. De uit de zaden geperste olie werd gebruikt voor verlichting, als smeermiddel, om zeep mee te maken en was ook geschikt voor consumptie. Maar wat zorgde dan ineens voor de opbloei in de belangstelling voor de goudgele akkers in de jaren na 1950?

Motor

Het koolzaad zélf is natuurlijk het lijdend voorwerp in de naoorlogse belangstelling. De motor achter de koolzaadtochten is ongetwijfeld een snel groeiende welvaartsverbetering tijdens de Wederopbouwjaren. Mensen kregen meer vrije tijd kregen en werden tegelijkertijd ook een stuk mobieler. De vrije zaterdag – zowel voor scholieren als op de werkvloer – dateert wettelijk uit de vroege jaren ’60, de praktijk liep hier op veel plaatsen al op vooruit. Bovendien steeg het aantal personenauto’s in snel tempo. Hadden omstreeks 1950 van de duizend Groningers twintig een auto, in 1970 was dat aantal vertienvoudigd. De combinatie hiervan zorgde dat het ‘dagje uit’ voor veel meer mensen binnen handbereik kwam te liggen.

<p>Koolzaadwandeling in de jaren 1960. Foto: Persfotobureau D. van der Veen / Collectie Groninger Archieven</p>

Koolzaadwandeling in de jaren 1960. Foto: Persfotobureau D. van der Veen / Collectie Groninger Archieven

Karakteristieke schoonheid

De eerste koolzaadtochten hadden een sterk educatief karakter. Ze werden onder meer geleid door, vanaf 1949, de Eenrumer huisarts J. Posthumus en in de jaren ’50 en ’60 door de stad-Groninger schoolbioloog J. de Jonge. Deelnemers aan de tochten kregen op verschillende plekken op de route voorlichting over aspecten van het landbouwbedrijf, landaanwinningswerken of de natuur. De organisatie vond plaats in samenwerking met lokale VVV’s. De inwoners van de stad Groningen waren een belangrijke doelgroep. De tochten bewezen, volgens het Nieuwsblad van het Noorden in 1953, ‘welk een schoonheid ook Noord-Groningen aan de stedeling heeft te bieden.’

De van zijn radio- en krantencolumns bekende bioloog Fop I. Brouwer prees in 1973 ook de ‘karakteristieke schoonheid van het Groninger klei-akkerbouwgebied’, naar aanleiding van een door het Nieuwsblad georganiseerde tocht. Hij liet de lofprijzing gepaard gaan met een oproep: ‘U moet het dan niet bij die enkele koolzaadtocht laten, maar elke maand eens in deze streken gaan kijken.’

Dat kijken gebeurde na verloop van tijd steeds minder in groepsverband. Mensen trokken er steeds vaker zelfstandig op uit, wel met door de VVV uitgezette routes in de hand.

<p>Bloeiend koolzaad en imkers bij Baamsum. Foto Harry Perton.</p>

Bloeiend koolzaad en imkers bij Baamsum. Foto Harry Perton.

Gaandeweg

Opvallend genoeg waren de koolzaadtochten langer populair dan het gewas zelf. De akkers op de klei kleurden in de laatste decennia van de vorige eeuw steeds minder vaak geel. De Marnecommissie, die de koolzaadtochten in en rondom het Lauwersmeersgebied organiseerde, doopte in 1976 deze uitstapjes zelfs om tot ‘Meiwandeltochten’. Een woordvoerder van de commissie liet aan de krant weten:

‘Het had echter niet veel zin meer om met deze tochten door te gaan, want de teelt van koolzaad is de laatste jaren sterk teruggelopen, zodanig zelfs dat aan het wandelen gaandeweg een onjuiste naam was verbonden.’

Koolzaad begon in het nieuwe millennium aan een bescheiden opmars, omdat de olie verwerkt kan worden in biobrandstoffen. Die groei stagneerde een jaar of wat geleden weer. 'Het zal hier in Groningen nog wel stabiel blijven, in de rest van Nederland zal het praktisch verdwijnen, ben ik bang. Jammer', liet een akkerbouwer uit Nieuwolda in 2017 weten aan Nieuwe Oogst, de nieuwssite van LTO Nederland. De helft van het Nederlandse koolzaadareaal groeit inmiddels in Groningen. Ook de tochten kennen weer een heropleving.

Bronnen:

‘Derde Koolzaadtocht groot succes’, Nieuwsblad van het Noorden, 28 mei 1951.

Fop I. Brouwer, ‘Trek er vaker op uit in het Groninger akkerbouwgebied’, Nieuwsblad van het Noorden, 6 juni 1973.

‘Meitocht in Lauwersmeergebied vervangt bekende koolzaadtocht’, Nieuwsblad van het Noorden, 6 mei 1976.

https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2017/03/30/nederlands-areaal-koolzaad-in-vrije-val

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt