Vermaak & Feest

Sint Maarten, Sint Maarten

(De koeien hebben staarten)

Elf november is de dag
Dahat mijn lichtje, dahat mijn lichtje
Elf november is de dag
Dahat mijn lihichtje branden mag.

Ook in de provincie Groningen gaan op de avond van de elfde november kinderen met lampionnen zingend langs de huizen. Daarbij zingen ze vooral korte liedjes, zoals bovenstaand. Want tijd = snoep, de beoogde beloning voor het gezang.

Sint Maarten, Sint Maarten
Foto Fotobedrijf Piet Boonstra, www.beeldbankgroningen.nl (2248-46731)

Sint Maarten wordt niet in het hele land gevierd. 'Kerngebieden' zijn het Noorden, de stad Utrecht en de provincies Noord-Holland (boven het IJ), Noord-Brabant en Limburg. Ook in Ostfriesland, delen van Vlaanderen en in Noord-Frankrijk is het gebruik levend. Maar het kinderfeest lijkt een traditie in opmars; in Amsterdam doken de eerste lampionnen vanaf ongeveer het jaar 2000 weer op, na een afwezigheid van eeuwen. Maar waarom brandt dat 'lihichtje' eigenlijk?

Katholiek

Zoals bij zoveel feesten, wordt ook voor de optocht met brandende lichtjes vaak met graagte gewezen op Germaanse wortels. Maar voor die grote ouderdom ontbreekt ieder bewijs.

Zoals de naam Sint Maarten al aangeeft, heeft de vorm van de huidige viering in elk geval stevige christelijke wortels, en voor de Middeleeuwen zijn dat katholieke. De volkskundige Dietz-Rüdiger Moser is van mening dat het gebruik zijn oorsprong heeft  in de liturgie van de katholieke kerk. Het kerkelijk jaar kende een vaste volgorde in het lezen van 'perikopen', delen van de Bijbel. Daar werd vervolgens over gepreekt. Lange tijd was dat op 11 november een deel van het Lukas-evangelie: 'Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien' (Lukas 11:33 e.v.). Daarmee zou het lopen met lichtjes verklaard zijn.

Bovendien in 11 november niet zo maar een datum. De elfde van de elfde is het begin van de vastenperiode. Bovendien is het de feestdag van één van de belangrijkste middeleeuwse heiligen, Sint Martinus.

Schildering van Sint Martinus in de Martinikerk in Groningen, circa 1480.
Schildering van Sint Martinus in de Martinikerk in Groningen, circa 1480.

Sint Martinus, bisschop

Sint Maarten, oftewel Martinus van Tours (ca. 316 - 397), was oorspronkelijk afkomstig uit wat nu Hongarije is, maar kwam als soldaat in het Romeinse leger terecht in noordelijker streken. Hij geldt als een belangrijk verspreider van het christendom in Gallië en over hem doen verschillende (wonder)verhalen de ronde.  In 371 werd hij gekozen tot bisschop van Tours. Omdat hij zichzelf niet waardig genoeg achtte voor dit ambt, zou Martinus zich in een ganzenhok hebben verstopt. Het gakken van de vogels verraadde hem echter toen zijn aanhangers hem kwamen zoeken.

Op het graf van Martinus in Tours verrees eerst een klein kapelletje. Het woord kapel gaat zelfs terug op cappella (mantel), het kledingstuk dat Martinus volgens de legende ruimhartig met een bedelaar deelde. De kapel groeide geleidelijk aan uit tot een basiliek, die op pelgrims een grote aantrekkingskracht uitoefende. Tours groeide uit tot een van de belangrijkste steden van Frankrijk en was zelfs een tijdje de hoofdstad.

Verspreid over heel Europa zijn kerken te vinden die werden gewijd aan Martinus. In de stad Groningen was dat de Maartenskerk (Martinikerk); Martinus was zowel beschermheilige van de Stad als van het bisdom Utrecht waaronder de stad Groningen toen viel. Ook de kerk van Middelbert had Martinus als patroonheilige.

Vurige verlangens

Het Sint Maartenlopen wist de Reformatie aan het eind van de zestiende eeuw te overleven, ondanks de katholieke oorsprong. Waarschijnlijk omdat het gebruik ook een sociale functie kende: het lopen had het karakter van een bedeltocht, net als het Nieuwjaarslopen en Driekoningen (6 januari), dat laatste overigens ook van katholieke signatuur. Bij deze vorm van 'informele armenzorg' deden minder fortuinlijke mensen aanspraak op de goede gaven van hun rijkere buurt- of dorpsgenoten. Nog in de eerste helft van de vorige eeuw hing in sommige dorpen rondom het lopen de geur van armoede. Een inwoonster van Alteveer vertelde  in 2013 in een interview: 'Dat was schooien, zei ons moeke: dat was voor arme kinderen. Maar wij waren ook maar gewoon.'

In alle verordeningen tegen oude, katholieke gebruiken in de zeventiende en achttiende eeuw, ontbreekt de viering van Sint Maarten. Het provinciebestuur, de Staten van Stad en Lande, vaardigde in 1631 wel een verbod uit voor tappers in de Stad om hun gasten maaltijden van paaseieren en Sint Maartensganzen te serveren. Het eten van ganzen op 11 november, voortkomend uit de legende over Martinus, was een gebruik dat in Groningen aan het begin van de negentiende eeuw al zo goed als verdwenen was – alleen in Westerwolde kwam het in de twintigste eeuw nog voor.

Ook de Sint Maartensvuren stierven hier waarschijnlijk al vóór 1800 uit, terwijl ze in naburige gebieden, zoals Friesland, nog steeds her en der worden ontstoken. Marten Douwes Teenstra beschrijft de vuren in zijn boek De Kinderwereld, uit 1853, al als voltooid verleden tijd:

'Vroeger was men ook in deze provincie gewoon, op St. Marten ganzen te eten en om den avond met het branden van St. Martensvuren te eindigen, tot welk einde de jongens, dol van vreugde, takkebossen, stroomanden en oude vaten bij elkander droegen; en bij het branden der vreugdevuren werd lustig gedronken en gezongen, gevrijd of gevochten, zoodat deze vreugdevuren dikwerf in twistvuren verkeerden, hebbende ook wel eens het noodlottig gevolg, dat er vonken op de stroodaken der huizen vielen en ook daarin brand veroorzaakten (...).'

Foto Het Noorden in Woord en Beeld, www.beeldbankgroningen.nl (1785-26398)
Foto Het Noorden in Woord en Beeld, www.beeldbankgroningen.nl (1785-26398)

Kinderfeest

Het ontbreken van bepalingen en verboden doet vermoeden dat het Sint Maartenlopen in Groningen al vroeg een aangelegenheid voor kinderen was en door de autoriteiten onschuldig werd bevonden. Het begrip kinderen mag wel ruimer genomen worden dan vandaag de dag. A.M.J. Deelman (1894-1976), die het lopen in Stadskanaal in zijn jeugd beschreef, meldt dat ook grote jongens langs de deuren gingen: zij liepen 'op segoaren', aldus Deelman. De appels en 'sociaaltjes' (biscuits van de fabriek van Branbergen in Musselkanaal) die de opgeschoten jongens kregen, werden door hen weggegooid.

De – verwachte – traktatie speelde en speelt een voorname rol in de gezongen liedjes, zoals in dit voorbeeld van het Groninger Hogeland, begin vorige eeuw:

Sunter-Meerten bisschop,
Roem van alle lannen,
Dat wie hier mit lichtjes lopen,
Is veur ons gain schannen
Rood vuur, braandvuur,
Sunter-Meerten hele hier.
Hier woont n rieke man,
Dij ons wel wat geven kan ....
Geven, geven duurt nait laank,
Òf ons keerske is opgebraand.

Levende traditie

Het karakter van Sint Maarten is de laatste eeuw aan behoorlijk was veranderingen onderhevig. Ten eerste hoeft er natuurlijk niet meer uit armoede worden gelopen en heeft het ook geen religieuze associaties meer: het is inmiddels een echt algemeen kinderfeest geworden. Het gebruik beperkt zich inmiddels ook tot alleen kinderen van de basisschoolleeftijd. Dat blijkt ook uit de gaven aan de deur: fruit en geld maakten steeds meer plaats voor snoep, hoewel er meteen ook weer een tegenbeweging van gezond snoepen (in de vorm van de mandarijn) op gang is gekomen.

Met het ontstaan van waardering voor de oude traditie, in de jaren '20 en '30, werden ook een aantal oude elementen hersteld c.q. teruggebracht, hoewel die uit de praktijk al goeddeels waren verdwenen. Een voorbeeld daarvan is het lopen met kunstig bewerkte bieten of mangelwortels, terwijl in de negentiende eeuw de papieren lampions al stevig voet aan de grond hadden gekregen. Het Nieuwsblad van het Noorden meldt in 1896 al dat deze al geruime tijd 'zeer in zwang' waren. In de stad Groningen worden sinds 1988 door de Koninklijke Vereeniging voor Volksvermaken voederbieten uitgedeeld, 'om de traditie in stand te houden'. Aan de uitdeling is bovendien een lampionwedstrijd – wie maakt de mooiste? – verbonden.

De inhoud van de elfde november krijgt op sommige plaatsen ook een wat andere, meer uitgebreide vorm. Toen het Meertens Instituut in 1997 onderzoek deed naar de spreiding en inhoud van de viering, tekenden de onderzoekers in de provincie Groningen alleen in Sellingen een Sint Maartens-optocht op. Inmiddels zijn er optochten bijgekomen, in onder andere Delfzijl en de stad Groningen (vooralsnog eenmalig, in 2012). Ze worden gehouden op de elfde, of daags er voor.

Een tendens lijkt dat de liedjes steeds korter worden, en ook vaker in het Algemeen Nederlands. Onbetwiste topper in het genre is:

Sint Maarten, Sint Maarten
De koeien hebben staarten
De meisjes hebben rokjes aan
Daar komt Sint Martinus aan

Onveranderd is de teleurstelling als een deur gesloten blijft voor jeugdige zangers:

Hier woont juffrouw Kikkerbil
Die ons toch niets geven wil.

Bronnen

A.M.J. Deelman, 'Kip-kap-kogel', Nieuwsblad van het Noorden, 11 november 1948.

'Vlinderkes. Feuilleton van Frits van der Mar', Nieuwsblad van het Noorden, 15 november 1896.

'Liedjes, lichtjes, snoep en geld', Dagblad van het Noorden, 26 oktober 2013.

Wim Faber, Sint Maarten, Suntermeerten. 150 Liedjes (Bedum 1989).

K. ter Laan, Nieuw Groninger Woordenboek (Groningen 1929/ 2e druk 1952).

D.R. Moser, Bräuche und Feste im christlichen Jahreslauf. Brauchformen der Gegenwart in kulturgeschichlichen Zusammenhängen (Graz-Wenen-Köln 1993) 27-36.

Marten Douwes Teenstra, De Kinderwereld. Ernst en luim (Groningen 1853).

http://www.rug.nl/research/groningertaalencultuur/columns-2014/11-november

1
Voederbiet lampion anno 2015 Foto: Jan Glas
1
Foto Fotobedrijf Piet Boonstra, www.beeldbankgroningen.nl (1785-25235)
1
Foto Fotobedrijf Piet Boonstra, www.beeldbankgroningen.nl (2248-46731)
1
Ook Groningen is als Martinistad vertegenwoordigd op het gewelf boven het graf van Sint Martinus in Tours. Foto: Martin Hillenga.
1
Schildering van Sint Martinus in de Martinikerk in Groningen, circa 1480.
1
Blikken lampion van Kees van Straten uit Ulrum. Zijn vader maakte deze toen Kees 2 jaar oud was (1972). Foto: Kees van Straten
1
In deze blikken lampion van Kees van Straten brandde een kaarsje in plaats van een lampje. Foto: Kees van Straten

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt