Vermaak & Feest

Paasvuren

De paasdagen hadden in 2018 ineens een lelijke nabrander: ‘de Randstad’ had rookoverlast van de paasvuren die brandden in het noorden en oosten van het land. Weer lijkt een traditie onder vuur te liggen. Maar over de ouderdom van het gebruik is het nodige recht te zetten.

Paasvuren

 "Afgelopen keer was ik in Sellingen. Altijd prachtig daar, voor mij voelt het paasvuur echt als een start van het nieuwe jaar in plaats van oud en nieuw." Foto en quote Marlene Bakker.

<p>Langs de N368 tussen Wedde en Blijham. Foto Aike van der Ploeg.</p>

Langs de N368 tussen Wedde en Blijham. Foto Aike van der Ploeg.

Roet in het eten

Te pas en vooral onpas wordt beweerd dat we het paasvuur danken aan ‘de oude Germanen’. Het heidense gebruik zou na de kerstening ingelijfd zijn door de katholieke kerk en sindsdien een christelijk tintje hebben gekregen. Dat klinkt allemaal heel plausibel. Toch gooit een (kleine) kanttekening roet in het eten: daarvoor bestaat geen spatje bewijs.

De oudste vermeldingen van paasvuren dateren uit de zestiende-zeventiende eeuw, een tijd waarin de Germanen al even niet meer onder ons waren. Bovendien weten we bijna niets over hun geloofswereld en gebruiken, zeker niet in onze streken. Met hetzelfde gemak kun je beweren dat de Germanen tweede paasdag óók graag op de meubelboulevard doorbrachten.

Sociaal fenomeen

Wat is bovendien het christelijk tintje aan de vuren, behalve dat ze op een kerkelijke feestdag branden? Paasvuren zijn primair geen religieus gebruik maar een sociaal fenomeen. Dat waren ze in de zeventiende eeuw ook al. Kerkelijke autoriteiten hadden er destijds geen problemen mee omdat de vuren heidense rituelen zouden zijn, maar omdat ze met allerlei vermakelijkheden (lees: sloagerij en zoeperij) omkleed waren.

Paasvuren dragen niet alleen bij aan het ‘wij-gevoel’ van de makers en toeschouwers uit eigen dorp. Regionale VVV’s en ook kranten plaatsen de laatste jaren met graagte overzichten van de locaties op hun websites om bezoekers van elders te trekken. Zo dragen de paasvuren bij aan een eigen regionale identiteit.

Traditie in beweging

Tradities zijn maar zelden statisch, en dat geldt ook voor het paasvuur. Een halve eeuw geleden werden de vuren in de provincie Groningen vooral nog ontstoken in het grensgebied met Drenthe (Westerkwartier, Westerwolde en de Veenkoloniën) – zo blijkt uit de vragenlijsten, met bijbehorend kaartje – van het Meertens Instituut. Inmiddels zijn daar de nodige locaties bijgekomen. Ook op de noordelijke klei, tot Uithuizen aan toe, branden de vuren. Een bepalende factor voor het opwerpen van een paasbult is tegenwoordig eveneens of de gemeente een milieuvergunning daarvoor heeft afgegeven.

Jaarvuren

Overigens zijn de paasvuren de enige ‘jaarvuren’ die zich hebben weten te handhaven. Vroeger brandden begin mei, tijdens Groningens Ontzet en met Sint-Maarten ook feestvuren. Kortom: de Randstad mag toch ook een beetje blij zijn met wat al verdwenen is.

Bronnen:

Ton Dekker, ‘Paasvuren: van Germaans feest tot toeristisch evenement’, in: Ineke Strouken en Albert van der Zeijden (red.), Volkscultuurtoerisme : een dubbele verrijking (Utrecht 2000).

Ton Dekker, ‘Paasvuren: een veranderlijke traditie tussen toerisme en lokale identiteit’, Volkskundig bulletin 19 (1993) 78-104.

J.J. Voskuil en A.J. Dekker, 'De jaarvuren in Nederland omstreeks 1938', Volkskunde 71 (1970) 204-210.

M.D. Teenstra, De kinderwereld. Ernst en luim (Groningen 1853).

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt