Geloof & Bijgeloof

Oudlichterij in Oldenzijl

Het lampengeld voor de Nicolaaskerk

De eigenaren van een boerderij in Oldenzijl betalen al sinds de Middeleeuwen een jaarlijks bedrag aan lampengeld aan de kerk. Daarmee werd oorspronkelijk de godslampe brandend gehouden. Het gebruik overleefde de Reformatie en wist zich tot in de 21e eeuw staande te houden. Maar wanneer dooft het licht?

Oudlichterij in Oldenzijl
Het Baalkjepad in Oldenzijl, met links boerderij Iturea en op de achtergrond de Nicolaaskerk. Foto Flickr / sendepause@vanderlaan.fotografeert

Een godslamp verlichtte in de katholieke tijd het sacramentshuisje waarin de hostie werd bewaard. Bij recente restauraties werden in de dertiende-eeuwse Sint-Nicolaaskerk van Oldenzijl geen sporen van een dergelijk huisje aangetroffen, maar waarschijnlijk zal het zich hebben bevonden in de buurt van het altaar in het koor.

Lampengeld

De olie die benodigd was om de lamp brandend te houden, werd betaald uit de huuropbrengst van een stuk land behorend bij de boerderij die tegenwoordig 'Iturea' heet, gelegen aan het Balkpad 2 in Oldenzijl. Een vermelding van deze betaling is onder andere te vinden in het handschrift 'Ommelands Eer' (1664) van de jezuïetenpater Franciscus Mijleman:
'Tot Oldenzijl was een eeuwelijcke brandende lampe geordonneert ende gefondeert. Noch allen jaere word sekere huusmansplaets aldaer (...) afgehaelt lampegeld.'

De lamp was in de zeventiende eeuw, na de overgang tot het protestantse geloof in 1594, dus al verdwenen, maar de betalingsverplichting had zich gehandhaafd.

Hoe oud het gebruik is, blijft duister. Een zestiende-eeuws register maakt gewag van een 'Rampeheerd, alijs Lampe off Kampe', mogelijk een verwijzing naar de boerderij die het lampengeld betaalde. Oudere vermeldingen zijn niet aangetroffen, maar dat sluit niet uit dat het lampengeld van (veel) eerdere datum is.

Beklemming

De verplichting om het lampengeld af te dragen, is verbonden aan een smal perceel grond dat bij de boerderij Balkpad 2 hoorde. Dit perceel ligt redelijk ver verwijderd van de boerderij, aan de rand van het Oude Maar. Sinds de ruilverkaveling in 1990 behoort het land aan een andere boerderij (Oldenzijlsterweg 29), maar de betalingsverplichting bleef berusten bij de oude gebruiker aan het Balkpad.

Omdat de betaling deel uitmaakt van de beklemming (vaste huur), is deze door de eeuwen heen amper veranderd. In de achttiende eeuw bedroeg de termijn twee gulden en vijf stuivers, later werd dat f 2,25. De tegenwoordige eigenaar van Iturea betaalt ruim een euro per jaar aan de kerk. Een bescheiden bijdrage in de elektriciteitsrekening, want olie wordt al lang niet meer verbruikt voor de verlichting van de Oldenzijlster kerk.

Dinosauriƫrs

De betaling van het lampengeld is redelijk uniek in Nederland gezien de lange tijd dat het zich weet te handhaven zonder ergens centraal te zijn geregistreerd.

Dr. Egbert Koops, universitair docent Goederenrecht bij de Rijksuniversiteit Groningen, noemt dergelijke grondlasten 'de levende dinosauriërs van het recht'. Over het voortbestaan toont hij zich zorgelijk: 'Er komt onherroepelijk een moment dat niet-geregistreerde grondlasten niet langer worden geaccepteerd. Nu al is het grootste deel afgeschaft, afgekocht, vergeten of verjaard.' Hij pleitte er in 2013 in een artikel dan ook voor om rechten als dit lampengeld aan te melden voor de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed: 'En zo nieuwe olie te leveren voor het flakkerende, maar vooralsnog brandende lampje van Oldenzijl.'

Bronnen

Teun Juk, 'Het oliegeld of klokkensmeer van Oldenzijl', Gronin­ger Kerken 19 (2003) 96-99.

Egbert Koops, 'De eeuwige lamp van Oldenzijl', Ars Aequi, 2013 (3), 184-186.

1
De dertiende-eeuwse Nicolaaskerk van Oldenzijl. In het koor, de halfronde uitbouw, bevond zich het altaar met de godslamp. Foto Wikimedia Creative Commons / Gouwenaar.
1
Het Baalkjepad in Oldenzijl, met links boerderij Iturea en op de achtergrond de Nicolaaskerk. Foto Flickr / sendepause@vanderlaan.fotografeert

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt