Vermaak & Feest , Geloof & Bijgeloof

Driekoningen en het Steernlaid

In Groningen wordt Driekoningen nog wel in de kerk gevierd, maar amper daarbuiten. Een enkele school of culturele instelling waagt zich omstreeks 6 januari nog aan activiteiten waar de drie wijzen uit het Oosten centraal staan. Maar van een volksfeest, zoals dat bijvoorbeeld nog gevierd wordt in Den Bosch en Tilburg, is in Groningen al heel lang geen sprake meer. De zesde januari is nu vooral de dag dat de kerstboom de deur uit moet zijn.

Driekoningen en het Steernlaid

Sterrenzangers in het liedboek van Pieter Groen (1930).

Caspar, Balthasar en Melchior

De drie koningen zelf zijn al een product van volksgeloof. Ze komen weliswaar voor in het Nieuwe Testament (Mattheus 2:1-18) als de ‘magoi’ (wijzen, of magiërs) die geschenken komen brengen aan de pasgeboren Jezus, maar van koningen is dus geen sprake, evenmin als van het aantal drie. Dat getal is een afgeleide van de hoeveelheid geschenken: wierook, goud en mirre. De namen waarmee de koningen doorgaans worden aangeduid – Caspar, Balthasar en Melchior – worden pas in middeleeuwse bronnen genoemd.

Bedelfeest

Het feit dat de wijzen met geschenken kwamen, maakte hun verering buitengewoon geschikt als bedelfeest. Daarbij deden minder gefortuneerden een beroep op hun dorps- of streekgenoten voor een gave. De viering van Driekoningen past daarmee in de traditie van onder meer Sint Maarten, Sint Nicolaas, Oud- en Nieuwjaar. Deze vallen niet voor niets in de voor veel mensen moeilijke wintermaanden.

Steernlaid

Bij het bedelen werd kennelijk een ster gedragen – vergelijk het lichtje met Sint Maarten – en gezongen. Een ‘Steernlaid’ (Sterrenlied) is in 1915 opgetekend in Harkstede. Het liedje werd daar gezongen tijdens het aardappelrooien; Pieter Groen tekende het op in zijn bundel Oude en Nieuwe Groninger liederen, verschenen in 1930. Behalve de titel is er verder weinig Gronings aan het lied. Het eerste couplet luidt: 

‘Het was op een Driekoningenavond,
het was op een Driekoningendag,
dat de heilige Maria Magdalena
aan de voeten van t kruisbeeld lag,
dat de heilige Maria Magdalena
aan de voeten van t kruisbeeld lag.’

Een variant van dit lied is al te vinden in een zestiende-eeuws handschrift uit Deventer, evenals in het werkje Devoot en Profijtelijck Boecxken (1539). In verschillende versies werd het gezongen door heel Nederland en Vlaanderen, niet alleen met Driekoningen maar ook op andere feestdagen. Van een ononderbroken zangtraditie in Groningen tussen de Middeleeuwen en de vroege twintigste eeuw is daarmee absoluut geen sprake. Het katholieke lied wist zich dus niet eeuwenlang in een protestantse omgeving te ‘handhaven’, zoals door een enkele schrijver wel eens wordt beweerd. Liederen worden, net als volksverhalen, zelden alleen mondeling overgeleverd. Continu is er sprake van interactie met geschreven of gedrukte teksten. ‘Het was op een Driekoningenavond’ komt bijvoorbeeld ook voor in tal van negentiende-eeuwse bundels.

Wunderliek leidken

Over de viering van Driekoningen in Groningen worden we geïnformeerd door de onderwijzer J.H. Neuteboom (1865-1929), oorspronkelijk afkomstig uit Vlagtwedde. Hij schreef in 1920 in het Maandblad Groningen ‘dat ze in Westerwolde veur ’n daardehaalf stieg joar [= vijftig jaar] op Drijkeuningen ’n steern veuroet druign an ’n laange stok, doar ’n schienvatken an hung, dat ’t aiwege licht mus verbeelden, en dat ze d’r ’n wunderliek leidken bie zongn…’

Het gebruik verdween dus in Groningen al in de tweede helft van de negentiende eeuw. Neuteboom kon zich de tekst van het lied niet meer herinneren, maar schreef zelf een ‘Drij Keuningen Laid’:

‘Drei keuningen namt heur staf ter hand
En trekt deur 't Westerwoldsche land
Mit de steern, dij veur heur henne dreit
En 't licht, dat nooit nich oede geit.’

<p>Een huiszegen in R&uuml;tenbrock, 2017. Foto: Harma Deuling-Meijer.</p>

Een huiszegen in Rütenbrock, 2017. Foto: Harma Deuling-Meijer.

Sternsinger

Over de grens heeft zich het Driekoningenfeest wel weten te handhaven, hoewel het van een bedelfeest veranderde in een (georganiseerd) kinderfeest. In Ostfriesland en het Emsland gaan kinderen verkleed als de drie koningen met een ster langs de deur. Na het zingen of opzeggen van een gedicht laten ze met krijt een ‘huiszegen’ achter, bestaand uit het jaartal en de afkorting ‘C + M + B’. Die staat niet alleen voor Caspar, Melchior en Balthasar maar betekent ook Christus mansionem benedicat – Christus zegen dit huis.

<p>Sterrenzangers en een huiswens in R&uuml;tenbrock, 2017. Foto: Harma Deuling-Meijer.</p>

Sterrenzangers en een huiswens in Rütenbrock, 2017. Foto: Harma Deuling-Meijer.

Bronnen

Marita Kruijswijk en Marian Nesse, Nederlandse jaarfeesten en hun liederen door de eeuwen heen (Hilversum 2004).

M.D. Teenstra, De kinderwereld. Ernst en luim (Groningen 1853).

P. Groen, Oude en nieuwe Groninger liederen (Delft 1930).

Opname uit 1954 van het Steernlaid, omstreeks 1910 gezongen in Zuidbroek: http://www.liederenbank.nl/sound.php?recordid=70451&lan=nl

Het ‘Drij Keuningen Laid’ gezongen door Henk Scholte: http://www.getlinksoundcloud.com/henk-scholte/drij-keuningen-laid-van-jan

Elfriede Grabner, ‘Der Dreikönigssegen C + M + B und seine christologische Umdeutung. Zum Wandel eines Brauchsymbols als Innovation des 20. Jahrhunderts’, Blätter für Heimatkunde. hg. vom Historischen Verein für Steiermark 85 (2011) nr. 1, 3-12.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt