Eten & Drinken

Kekaigies

Snoepgoed kan niet alleen allerlei nostalgische gevoelens oproepen, maar ook de naam werpt soms licht op historische taalverbanden – van het Hogeland tot de Belgische kust. Een zoete herinnering is vaak een gedeelde, zoals het geval van het kekaigie illustreert.

Kekaigies
Foto: Jan Glas

Kekaigies zijn stroopballetjes die vroeger in plaats van suiker in de koffie werden gebruikt of als snoepgoed werden gegeten. Dat hierin een grote regionale variatie in benamingen bestond, blijkt uit het Woordenboek der Groningsche Volkstaal van Helmer Molema (1887). Daarin worden ze als 'kekijltje' beschreven:

kekijltje = kekijzie = sokkerslak, sukerslak. Hieronder verstaat men in 't Old. en WW. het bij v. Dale voorkomende: stroopje, een peperhuisje met gekookte en daarna hard geworden stroop, Stads-Gron. strouppiepies. In de Ommel. is kekijzie een stroopballetje, iets grooter dan een uilevel, waartegen men in 't Old. en Ww.: loobal, lochbal, lubbal, zegt; daarentegen heet op 't Hoogel., ten minste in de Marne een stroopje: lubbal. Friesl. suikerslak, Geld. kokilje = gekookte stroop, die door kinders in kleine ronde schijfjes of daaldertjes wordt uitgegoten, en voorts gestold en hard geworden zijnde, opgeslikkerd. Oostfr. kokinje, een uit suiker of stroop gebakken voorwerp, suiker- of stroopgebak; v. Dale: kokinje, balletje van dik en taai gekookte suiker of siroop .

Opvallend is dat Molema al geen melding meer maakt van het gebruik van kekaigies in de koffie. In zijn tijd werden de stroopballetjes kennelijk alleen nog maar als snoepgoed 'opgeslikkerd'.

Kakelen en babbelen

Molema meende in zijn woordenboek dat de naam kekaigie/kekijltje was afgeleid van 'koken, in den zin van 't Eng. to cake = bakken'. De vraag is of hij daarin wel gelijk heeft.

De woordherkomst van kekaigie staat beschreven in de jaargang 1932 van het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Daarin wordt gewezen op de verwantschap met het woord kakeien, dat zoveel betekent als ‘kakelen’. En van daar is het nog maar een kleine stap naar de Zeeuwse lekkernij babbelaar: ‘Immers een overgang in beteekenis van ‘kakelen’ naar ‘babbelen’ is niet groot.’

Het woord babbelen doet ook denken aan de Babelutten, een soort boterbabbelaars die sinds de negentiende eeuw aan de Belgische kust aan de man werden gebracht. De eerste verkoopster daar was een ondernemende dame uit Knokke-Heist, Rosalie Desmedt (1829-1915). De Vlaamse versie van Wikipedia vertelt smakelijk over haar handel en hoe de naam babbelaar geleidelijk plaatsmaakte voor het Frans klinkende babelutte:

‘Ze [Rosalie Desmedt] was ook 'n echte commercante en ze verkocht heur nog warme Babbeloars ip een bladje papier an d’ elitaire badgastn. Zynder verfranstn de noame Babbeloare noa Babelutte en noemdn de vrouwe van ip den hoek la mère Babelutte.’

New Originals

Kekaigies waren lange tijd niet verkrijgbaar, maar daar kwam in 2011 verandering in. Het bedrijf New Originals bracht het product toen weer op de markt, onder het toepasselijke motto 'nieuw en toch oud'. New Originals mag weinig Gronings klinken, maar de drijvende kracht hierachter, Hendrik Willem Prüst-Nieuwenhuis, heeft zijn roots in Onstwedde.

Bronnen

'Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris', Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 1932:

http://www.dbnl.org/tekst/_tij003193201_01/_tij003193201_01_0013.php

1
Foto: Jan Glas

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt