Werk & Studie

'Hora finita!' – De Groninger pedel

De pedel speelt een voorname rol tijdens academische promoties. Met een tik van zijn staf kondigt hij het einde van de verdediging van een proefschrift aan. In Groningen is het ritueel vanaf dát moment net even anders dan elders.

'Hora finita!' – De Groninger pedel

Titelblad van het proefschrift van Johannes van Rikkenga (1724). Collectie RHC Groninger Archieven.

Pedel

De functie van pedel is even oud als de Groninger Academie. In de eerste eeuwen van het bestaan van die instelling, opgericht in 1614, was de pedel behalve de rechterhand van de rector vooral een manusje-van-alles. Hij voerde de administratie, hield de collegezalen schoon en zorgde dat deze op tijd werden geopend en gesloten. Volgens de oudst bewaard gebleven instructies voor de pedel uit 1650 diende hij zich elke ochtend om acht uur bij de rector te melden voor de 'dagorders'.

De werkzaamheden van de pedel strekten zich ook uit tot de Academiekerk, die stond op de plek aan de Broerstraat waar zich nu de Universiteitsbibliotheek bevindt. De pedel zorgde voor de reinheid van het kerkgebouw, hield het register van verhuurde graven bij, legde kussens, stookte stoven, hield het uurwerk gaande en bij academische boekveilingen op het koor trad hij op als veilingmeester. Bij begrafenissen, oraties en promoties, die in de kerk werden gehouden, droeg hij de pedelstaf voor de rector uit.

Hero Jan Kars (1833-1915),  van 1872-1906 pedel aan de Groninger universiteit. Kars draagt de pedelstaf uit 1615. Schilderij uit 1912 door Ferdinand H. van Wolde. Collectie Universiteitsmuseum Groningen.
Hero Jan Kars (1833-1915), van 1872-1906 pedel aan de Groninger universiteit. Kars draagt de pedelstaf uit 1615. Schilderij uit 1912 door Ferdinand H. van Wolde. Collectie Universiteitsmuseum Groningen.

Hora Finita

Van de vele functies van de pedel is vandaag de dag alleen diens ceremoniële taak overgebleven, vooral bij promoties. Een 'vaste' pedel is er ook niet meer; de rol wordt vervuld door een van de portiers van het Academiegebouw. Die bedient zich nog wel van de oorspronkelijke pedelstaf uit 1615.

Taak van de pedel is om een promotie in goede banen te leiden. Het onbetwist hoogtepunt is diens binnentreden tijdens de verdediging van het proefschrift. Het tikkende geluid van de staf maakt een eind aan de ondervraging van de promovendus door de verzamelde hoogleraren, de corona. In Enschede spreekt de pedel daarbij de woorden ‘Mijnheer de rector, de tijd is verstreken’, aan andere universiteiten bedient hij zich van het Latijn: 'Hora est' ('Het is tijd').

Groningen is hierop een uitzondering. Hier klinkt het 'Hora finita!'. Het afwijkend ritueel is te danken aan Pieter-Jan Enk (1885-1963), van 1930-1955 hoogleraar Latijnse taal en letterkunde aan de RUG. Hij vond 'Hora finita' correcter Latijn dan 'Hora est'.

Daarin vond en vindt hij bijval, waarbij ook eens is opgemerkt dat 'Hora finita' vooral met licht Groningse tongval beter klinkt dan 'Hora est'. Ten slotte gaat het verhaal dat één maal bij een promotie – per ongeluk – de woorden 'Horeca finita!' klonken. Maar dat is mogelijk borrelpraat.

Bronnen

https://groninganus.wordpress.com/2009/05/28/geiten-op-de-academiezolder/

Zweder von Martels, Non scholae sed vitae. Het Latijn aan de Rijksuniversiteit Groningen (Groningen 2011).

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt