Werk & Studie

Het beklemrecht – Bloot eigenaar en beklemde meier

Toen de Leidse rechtenstudent Jacob van Lennep in 1823 een voettocht door Nederland maakte, liet hij zich in Groningen op de hoogte stellen van het voor hem onbekende beklemrecht. Alle pogingen daartoe ten spijt noteerde de aankomend jurist mismoedig in zijn dagboek: 'Talloze werken zijn er reeds over dit onderwerp geschreven, maar een mensenleeftijd is niet genoeg om hier de duisternis op te klaren, ik zal er me tenminste niet aan wagen.'

Het beklemrecht – Bloot eigenaar en beklemde meier

Uitsnede kaart uit 1730 van een provincieplaats bij Wierum, door Claas Jans onder beklemming gebruikt. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-1093).

Bloot eigenaar en beklemde meier

Die duisternis wordt ook niet opgehelderd, maar om kort te gaan: het beklemrecht is een vorm van erfpacht, typisch voor de provincie Groningen. Een van de belangrijkste kenmerken is dat de huurder van de grond eigenaar was van de bebouwing die daarop stond, de opstal, bijvoorbeeld een huis of boerderij. Om de huurder te beschermen – die had immers flink geïnvesteerd in zijn onroerend goed – kon de grondeigenaar de huur niet zo maar opzeggen. Met zijn bezit 'beklemde' deze huurder feitelijk de grond. Hij werd daarom beklemde meier (meier = huurder) genoemd, hoewel beklemmende meier eigenlijk een betere formulering is.

De grondbezitter – de bloot eigenaar – ontving daarvoor jaarlijks een huursom van de meier. Een extra betaling of geschenk ontving de eigenaar als er in de situatie van de meier iets wijzigde, bijvoorbeeld wanneer die trouwde of wanneer de beklemming vererfde. Dat kon een hoeveelheid graan zijn, maar bijvoorbeeld ook een aantal jonge hanen. Bij overdracht van de beklemming betaalde de vertrekkende meier een afgaand ofvoarend geschenk aan de eigenaar, de nieuwe meier een anvoarend geschenk.

De meeste uitgegeven beklemmingen kennen een jaarlijkse termijn van Midwinter (21 december), de kortste dag van het jaar. De meier moet dan aan zijn verplichtingen aan de bloot eigenaar voldoen. In sommige plaatsen was de jaarlijkse betaaldag met een ritueel omgeven. De beklemde meiers van kerkengronden van Zuid- en Noordwolde kregen na het voldoen van hun verplichting niet alleen een kwitantie, maar ook een sigaar en een borrel.

<p>Vier pagina&rsquo;s uit een huurboekje (1781 tot 1935).&nbsp;Grondeigenaar was de&nbsp;familie Coodman in &rsquo;t Zandt. De beklemde meiers betaalden alle jaren dezelfde huur voor 10 gras land.&nbsp;Na 1881 plakte men zegels bij de kwitanties.</p>

Vier pagina’s uit een huurboekje (1781 tot 1935). Grondeigenaar was de familie Coodman in ’t Zandt. De beklemde meiers betaalden alle jaren dezelfde huur voor 10 gras land. Na 1881 plakte men zegels bij de kwitanties.

Vast en altoosdurend

Een belangrijk gegeven is dat de huur, de beklemming dus, ‘vast en altoosdurend’ werd uitgegeven: niet te veranderen en eeuwigdurend. Voor beide partijen was opzeggen bovendien erg nadelig. Omdat de huursom vast was, steeg deze in de loop der eeuwen niet. De meeste gronden die onder beklemming werden verhuurd, waren tot de Hervorming kloosterbezit geweest. Deze werden in 1594 door de provincie geconfisqueerd en in de 17de en 18de eeuw in huur uitgegeven. De destijds vastgestelde huurprijs bleef gelden, tot de dag van vandaag. Het beklemrecht werd daardoor het fundament onder de opkomst van de Groninger herenboer in de 19de eeuw. De boeren waren in de praktijk grootgrondbezitter, zonder dat ze veel betaalden voor 'hun' grond. Ze konden daarom volop investeren in de ontwikkeling van hun bedrijf, zoals de aanschaf van moderne landbouwmachines en het aanleggen van drainage.

Nieuw Burgerlijk Wetboek

Sinds 1992 is het beklemrecht niet meer apart beschreven in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW). Maar het NBW bepaalt wel dat oude rechten moeten worden gerespecteerd. Het beklemrecht kan worden afgekocht, maar gezien de geringe hoogte van het bedrag loont dat vaak de moeite niet.

Bronnen

A.S. de Blécourt, Beklemrecht en stadsmeierrecht (Groningen 1920).

W.J. Formsma, Beklemrecht en landbouw. Een agronomisch-historische studie over het beklemrecht in Groningen (Groningen 1981).

Jan-Paul Wortelboer, 'Het springlevende, afgeschafte recht van beklemming', in: Paul Brood en René Flach (red.), Historische Groninger rechtszaken. Bundel ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van het Groningsch Juridisch Genootschap Pro Excolendo Iure Patrio 1761-2011 (Bedum 2011) 100-103.

<p>Kaart uit 1730 van een provincieplaats bij Wierum, door Claas Jans onder beklemming gebruikt. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-1093).<br />
&nbsp;</p>

Kaart uit 1730 van een provincieplaats bij Wierum, door Claas Jans onder beklemming gebruikt. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-1093).
 

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt