Sociaal & Maatschappelijk

Gruno

Bijna iedereen kent wel het verhaal van Romulus, de legendarische stichter en eerste koning van Rome. Al was het maar vanwege het aansprekende gegeven dat hij opgevoed zou zijn door een wolvin, samen met zijn tweelingbroer Remus. De beide broers stamden volgens de mythologie af van een vluchteling uit de stad Troje. Daarmee loopt een dun lijntje van het paard van Troje naar het peerd van Ome Loeks: ook Groningen zou gesticht zijn door een Trojaanse balling.

Gruno

Troje

Het verhaal van Gruno, ook wel Grunus genoemd, duikt voor het eerst op in een kroniekje uit 1534 of 1535 en werd daarna talrijke keren overgeschreven. Samen met zijn broer Anthenor zou Gruno uit Troje gevlucht zijn; de eerste werd koning van Frankrijk, maar Gruno trok verder noordwaarts en bouwde daar een kasteel of versterking, de Gronenburch of Grunoborg. De rest laat zich raden.

<p>Fragment uit de &#39;Corte Cronike&#39; van Sybe Jarichs, 1536.</p>

Fragment uit de 'Corte Cronike' van Sybe Jarichs, 1536.

Afstamming en allure

Nu worden steden maar zelden echt ‘gesticht’, maar voor laatmiddeleeuwse kroniekschrijvers was dat geen enkel beletsel om historische ‘founding fathers’ in het leven te roepen. Het is prettig en duidelijk om het ontstaan van een stad toe te kunnen schrijven aan de daad van een enkele persoon. Zeker als dat iemand met status was en de stichtingsdaad plaats had in een ver verleden. Aanzien en respectabele ouderdom dragen immers bij aan de eigen allure. Groningen had die begin zestiende eeuw ook wel nodig: de stad dreigde onder druk van de internationale machtspolitiek haar zelfstandigheid te verliezen.

<p>Friso, de stamvader van de Friezen. Gravure uit: M. Hamconius, Frisia seu de viris rebusque Frisiae illustribus (1623).</p>

Friso, de stamvader van de Friezen. Gravure uit: M. Hamconius, Frisia seu de viris rebusque Frisiae illustribus (1623).

Baas boppe baas

Een aangename bijkomstigheid van legendarische stichters is dat daarmee meteen de plaats- of streeknaam daarmee verklaard kan worden. Zo werd Brabo de wereld in geholpen als de aartsvader van de Brabanders, Saxo van de Saksen en Friso van de Friezen. Deze Friso zou een generaal van Alexander de Grote geweest zijn en zelfs afstammen van Sem, de zoon van Noach. Volgens sommige (Friese) kroniekschrijvers was niet Gruno de oudste stedenstichter in het Noorden, maar Friso. Ze maakten van hem daarom de (over)grootvader van Gruno – ‘baas boppe baas’ zullen we maar zeggen.

Nachleben

Stichtingsverhalen stuitten in de zeventiende eeuw op ongeloof en raakten weer uit de mode, hoewel Joost van den Vondel in 1672, na de overwinning op de bisschop van Münster (‘Bommen Berend’) nog dichtte:

‘O Groningen, pilaar en hoofdstad van de Friezen,

Van waar begint men best t’ ontvouwen uwen lof?

Uw bouwheer Grunus moest u tot zijn wijk verkiezen

Zo vroeg voor Christus’ komst, en bouwde hier zijn hof.’

Gruno leeft tot de dag van vandaag als naam nog voort, onder meer in Gruno’s Postharmonie, de Grunobuurt, VV Gruno en het Grunostrand. In tegenstelling tot Friso, komt Gruno als voornaam niet in Nederland voor.

Bronnen:

Wilma Keesman, De eindeloze stad. Troje en Trojaanse oorsprongsmythen in de (laat)middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden (Hilversum 2017).

Bunna Ebels, ‘Oorsprongslegenden, het verschijnsel’, Groniek 189 (2010), 353-368.

 

 

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt