Eten & Drinken

Ach grutjes: Boekweit

Boekweitmeel is tegenwoordig (weer) verkrijgbaar bij de supermarkt of biologische winkel. Boekweit is een 'superfood' geworden en mede populair omdat ze glutenvrij is. Daarvoor moet doorgaans wel meer betaald worden dan voor bijvoorbeeld tarwe- of roggemeel. Een enkele aanbieder op internet wijt dit zelfs aan de ‘wereldwijde boekweitschaarste’. Dat is opmerkelijk, want boekweit droeg vroeger nog het predicaat ‘volksvoedsel’ of zelfs ‘armeluiskost’. Die gewoonheid kwam tot uiting in Groningse uitdrukkingen als ‘Boukwaaiten Jaantje’ voor een weinig opvallende, pitloze vrouw, en ‘boukwaiten kerel’ voor een dito man.

Ach grutjes: Boekweit

Boekweit. Let op de gelijkenis van de zaden met beukennootjes. Foto Mariluna / Creative Commons

Loie wievenkost

Om meteen een misverstand uit de weg te ruimen: boekweit is geen graan. Het gewas behoort tot de duizendknoopfamilie. De naam is een verbastering van ‘beukenweit’, beukentarwe (vergelijk het Duitse Weizen = tarwe), omdat de eetbare zaden wel wat op beukennootjes lijken. De plant deed in de veertiende eeuw zijn intrede in Europa vanuit Centraal- en Oost-Azië.

De zaden kunnen worden gepeld en gebroken tot grutten, of vermalen tot meel. Boekweit is het hoofdbestanddeel van een aantal traditionele gerechten uit de Groninger keuken, zoals de boekweitpannenkoeken, poffert, klont (Jan-in-de-zak), roerom (pap) en ‘loie wievenkost’ (luie vrouwenkost: pap, met in een kuiltje wat spekvet).

<p>&#39;Geboekweite landen&#39; op het veen tussen Stadskanaal en Buinen, circa 1820. Collectie Nationaal Archief.</p>

'Geboekweite landen' op het veen tussen Stadskanaal en Buinen, circa 1820. Collectie Nationaal Archief.

Slompzoad

Boekweit werd vooral verbouwd op arme zandgronden of op het veen. Veengronden hadden daarvoor wel een intensieve bewerking nodig. Na ontwatering werd de begroeiing verwijderd door deze af te branden, waarna de bovenste veenlaag in kluiten werd gehakt. Het land bleef dan een winter lang braak liggen, zodat het verder kon ontwateren en de vorst de grootste kluiten stuk zou vriezen.

Van mei tot half juni had dan het veenbranden plaats: met vuurkorven werden de kluiten in brand gestoken. Nadat het vuur was gedoofd, kon worden gezaaid. De as was voor de boekweit een prima meststof, maar het boekweitbranden was wel een enorme aanslag op het milieu: de rookwolken verspreidden zich vanuit de Gronings-Drentse veengebieden over enorme afstanden, naar verluidt tot aan Wenen en het zuiden van Groot-Brittannië toe.

Zonder gevaar was het boekweitbranden ook niet. Zo vatte in 1833 het veen bij Zevenhuizen per ongeluk vlam. Drie mensen verloren het leven, daarnaast raakten zo’n vijfhonderd inwoners van de streek dakloos en ging alle turf die op het land stond te drogen verloren.

<p>Bericht uit de Leeuwarder Courant van 5 juli 1833 over de veenbrand bij Zevenhuizen.</p>

Bericht uit de Leeuwarder Courant van 5 juli 1833 over de veenbrand bij Zevenhuizen.

Aan het eind van de zomer, bij ‘boukwaaitmoan’ (een lichte, wat vochtige avond) werd de oogst binnengehaald. Als alles goed ging tenminste: boekweit was een kwetsbaar gewas. Niet voor niets luidt de bijnaam ‘jammerkoren’ of op z’n Gronings ‘slompzoad’ (slomp = wisselvallig). Een misogyne volkswijsheid vatte deze wisselvalligheid kernachtig samen:

Vraauwluproat
En boukwaitzoad
Komt nuver kloar,
Ainmoal in de zeuven joar.

Neergang

Aan het begin van de vorige eeuw begon de neergang van de boekweitteelt. Allereerst was, zoals gezegd, een goede opbrengt beslist geen zekerheid. Boekweit was erg gevoelig voor nachtvorst. Het gewas kon bovendien uitermate slecht tegen de indertijd geïntroduceerde (chloorhoudende) kunstmest, terwijl granen als tarwe en haver daarvan juist profiteerden. Een belangrijke reden van de neergang was ook het teruglopen van de bijenhouderij; bijen waren van groot belang voor de bestuiving van de bloemen van boekweit, die maar één dag geopend waren.

Bronnen

K. ter Laan, Groninger volksleven. Deel II Beschrijvende folklore (Groningen 1961).

K. ter Laan, Nieuw Groninger Woordenboek (Groningen 1929; herziene uitgave Groningen 1952).

K.A.H.W. Leenders, 'De boekweitkultuur in historisch perspektief', Geografisch Tijdschrift 21 (1987) 213-227.

Jan Bieleman, Geschiedenis van de landbouw in Nederland 1500-1950 (Meppel 1992).

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt