Huis & Omgeving

Het Pekelder ABC

Burenhulp of ‘noaberschap’ is niet alleen een goede gewoonte, maar was vroeger ook plicht. Overal op het platteland van Groningen, en in de steden, waren in de achttiende eeuw buurtgilden (‘kluften’) actief. Op twee plaatsen in de provincie is van deze vorm van vroege sociale organisatie nog iets zichtbaar in het straatbeeld, namelijk in Boven en Nieuwe Pekela.

Het Pekelder ABC

Apotheek en huisartsenpraktijk B75 in Nieuwe Pekela, gevestigd aan de Albatrosstraat B75. Foto: Martin Hillenga

Kluften

De leden van de kluften stonden elkaar vooral bij in tijden van ziekte, dood en geboorte. Veel van deze kluften – georganiseerd per wijk, streek of dorp – zetten in de loop van de achttiende eeuw hun ‘wetten’ op papier. Op de naleving van de regels hield een ‘olderman’ toezicht. Hij werd in zijn taak bijgestaan door ‘jongerlingen’ of ‘hovelingen’. Wanneer de regels overtreden werden, moest een boete worden betaald. Die werd geïnd door de gildebode, die ook optrad als leedaanzegger. Jaarlijks werd de kas opgemaakt. Als er geld overbleef, werd dat verdronken op het gildebier. Dat werd jaarlijks gehouden op Sint Steffen, 26 december, in het huis van de olderman.

Van een enkele plaats of wijk bleven de gilderollen bewaard. Een goed voorbeeld van de werkzaamheden van een buurtgilde geeft het boek van het Tweede Gilde van Veendam, dat het Boven Oosterdiep omvatte. De eerste bepaling daarin heeft betrekking op de verpleging van zieken:

‘Als een sieke begeerde bystand en het is een mans persoon, dan sullen twie naasten an het huis syn verpligt om daar by te waaken en meer van nooden synde, dan de geheele gilde, en beginnen savonds van neegen uuren tot dat het dag word, en is het een vrouws persoon, dan moeten daar twie vrouwen bij waaken.’

Van de overige 26 artikelen heeft er één betrekking op het verlenen van bijstand bij een bevalling. De overige bepalingen houden verband met hoe te handelen bij een sterfgeval, van het ontkleden van een overledene tot het ordentelijk verloop van de begrafenis.

Wijkletters en huisnummers

De buurtgilden verdwenen in de tweede helft van de negentiende eeuw. De overheid rekende vanaf deze tijd het welzijn van burgers steeds meer tot haar verantwoordelijkheid. Daarbij werd wel gebruik gemaakt van oude, bestaande structuren. De Gemeentewet van 1851 schreef bijvoorbeeld voor dat alle plaatsen in wijken moesten worden ingedeeld. Dat was nodig voor een goede registratie van de bevolking, maar ook om politie, brandweer en postbodes hun weg te kunnen laten vinden. Vaak werden daarvoor de indelingen in buurtgilden gebruikt. Zo ook in Boven en Nieuwe Pekela. Elke wijk werd daar met een hoofdletter aangeduid; die kwam voor het huisnummer te staan. Bijzonder aan het ‘geval Pekela’ is dat de wijkletters gehandhaafd bleven toen er ‘echte’ straatnamen kwamen.

Met die Pekelder huisnummers was nog iets bijzonders aan de hand. De huizen aan het Pekelderdiep waren ooit gewoon vanaf nummer 1 oplopend genummerd. Wanneer er tussen twee huizen werd gebouwd – en dat gebeurde nog volop in de negentiende eeuw – werden er letters aan de nummers toegevoegd. Dat was immers gemakkelijker dan steeds maar omnummeren. Zo ontstonden er constructies als bijvoorbeeld het adres ‘Verlaatjeswijk A 181a’.

Pekelder ABC

Na bijna anderhalve eeuw bleken dergelijke adressen ineens een probleem. Volgens het Pekelder gemeentebestuur tenminste. Vreemdelingen zouden hopeloos gedesoriënteerd raken en ambulances arriveerden te laat ter plekke omdat de chauffeurs geen grip kregen op de huisnummering. In 2000 kwam de gemeente daarom met het voorstel tot omnummering.

Veel Pekelders, verenigd in de actiegroep ‘Houdt het ABC in stand’, ageerden tegen de dreigende verdwijning van ‘een uniek stukje Veenkoloniale historie’. Anderen vreesden vooral de kosten van de hernummeringsoperatie. Het voorstel ging in 2001 snel weer van tafel na massale protesten van de bevolking.

Bronnen

Vincent Sleebe, In termen van fatsoen. Sociale controle in het Groningse kleigebied, 1770-1914 (Assen 1994).

Martin Hillenga, ‘Ziek en ellendig’, Ach Lieve Tijd. 400 jaar Veenkoloniën 11 (Zwolle 2003).

Aalje Tiktak, ‘Huusnummers zörgen veur n bult kemootsie’, Toal en Taiken. Tiedschrift veur Grunneger kultuur 19 (2001) nr. 1, 10-16.

‘Nieuw-Pekelders’ willen oude nummers houden’, Nieuwsblad van het Noorden, 28 november 2000.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt