Planten & Dieren

Het Groninger Paard

Nederland kent een aantal eigen paardenrassen. Het Friese paard is bekend, het Gelders paard – ook wel de Gelderlander – is tegenwoordig een zeldzaam paardenras. Ook Groningen heeft een eigen paard: het Groninger Paard. Het Groninger Paard werd heel vroeger ook wel Bovenlander genoemd. Groninger paarden zijn meestal (donker)bruin of zwart gekleurd, met geringe witte aftekeningen.

Het Groninger Paard

Paardenfokker Jan Pieter de Groot (1867-1943) met vermoedelijk het Groninger paard, dat ingezonden werd naar de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 en een gouden medaille behaalde. Foto www.beeldbankgroningen.nl (818-10822)

Sterk karakter

In de statuten van de Algemene Vergadering van fokvereniging Het Groninger Paard - gehouden op 28 oktober 2003 te Staphorst - staat het Groninger Paard omschreven: "Een zwaar, lang gelijnd warmbloedpaard met een krachtige bouw, een sprekend hoofd, een gespierde middellange hals, voldoende schoft die soepel overgaat in een niet te lange, sterke rug, een tamelijk schuine schouder, een brede en diepe zwaargespierde romp, ronde welving der ribben, een zwaar ontwikkelde achterhand, massief beenwerk met korte platte pijpen en ruime harde voeten. Het temperament is gelijkmatig en toch voldoende levendig. Het paard is sober en werkwillig."

Het Groninger paard werd rond het begin van de 20ste eeuw met name ingezet voor landbouw- en transportwerkzaamheden. De karaktereigenschappen van het Groninger paard moesten in die tijd passen bij het werk dat het dier uitvoerde: braaf, werkwillig, en een goed uithoudingsvermogen. Het Groninger paard was in die tijd een massief en krachtig paardenras.

Landbouwpaard

Het Groninger paard is een afstammeling van een 19e eeuws inlands paard. Rond 1870 waren er nog kruisingen met Oldenburger en Oost-Friese hengsten en vanaf ongeveer 1880 werd er officieel in stamboekverband met stamboom gefokt. Het edele dier kreeg een bekendere status in Nederland. Begin 20ste eeuw was het Groninger paard nog licht van bouw en werd het veelzijdig ingezet en gefokt voor landbouw, rijtuig, veldartillerie en goederentransport. Na WOI liep de populariteit – door de komst van auto’s en treinen - voor het noordelijk paardenras terug. In de landbouw waren zwaardere paarden nodig, die de nieuwe en zwaardere werktuigen konden voortbewegen. Het Groninger warmbloedpaard moest – noodgedwongen en om  te concurreren met Belgische landbouwpaarden - verzwaring ondergaan en werd kortbeniger gefokt. 

Met de nafok van de Oldenburger hengst Gambo kreeg de Groninger na 1929 weer zijn sterke identiteit als fokpaard terug. Harm Migchels, oud-inspecteur van Vereniging Het Groninger Paard zegt over Gambo: "Gambo’s nakomelingen bleken zeer gelijkvormig van type (model) en waren beste werkpaarden met een beste stap. Hoewel hij zelf niet goed kon draven, bleken zijn kinderen hierin wel beter te zijn. De nakomelingen van hengst Kambius, één van de beste zoons van Gambo, hadden in het algemeen meer beweging en uit deze lijn kwamen later ook paarden voort die in de springsport voldeden."

Cross met Groninger Esther. Foto: Claudia Dermois
Cross met Groninger Esther. Foto: Claudia Dermois

Het Groninger springpaard

Door veranderingen in de landbouw na WOII en de opkomst van de ruitersport moest het Groninger paard meer rijpaardeigenschappen krijgen. De Groninger onderging opnieuw een verandering en ging lijken op het veelzijdige en lichtere paard van vroeger. Een transformatie was in een relatief korte tijd mogelijk door het inzetten van Holsteiner-, Trakhener- en Engelse Volbloeds in de Groninger paardenfokkerij.

Het Nederlands Warmbloedpaard – voorloper van de Vereniging Het Groninger Paard (VGrP) – importeerde een aantal Holsteiner merries die gekruist werden met Groninger hengsten. Beroemd werd de merrie Morgenster van Gabriël, de moeder van de hengsten Senator en Sinaeda (van Camillus). Sinaeda legde in de jaren 1960 met zijn springtalenten de grondslag voor één van de springpaardlijnen voor de Nederlandse sportpaardenfokkerij (KWPN). De springhengst is terug te vinden in diverse Europese stamboeken. Sineada was een indrukwekkende hengst, zowel ten aanzien van zijn nakomelingen als zijn verschijning. Hij liet zeventien goedgekeurde zoons na.

Maar er zijn meer Groninger paarden met een indrukwekkend karakter en carriére. Harm Migchels: "Naast Morgenster kunnen ook genoemd worden de geïmporteerde Holsteiner Merries Farmerin - uit deze lijn sproot de winnaar van de Hamburger Derby - en stempelhengst Jasper. Een andere belangrijke merrie is Fagonia die de keurhengst Uniek bracht. Merrie Elrite zou via haar dochter Delrite van de Groninger hengst Ornament invloed op de latere K.W.P.N. fokkerij hebben." Migchels noemt ook de importmerrie Gitta, die via haar kleinzoon Zuidhorn de nodige invloed op de paardenfokkerij in Groningen en daarbuiten heeft, en de schitterende merrie Theresa: "Zij werd als veulen in moeder Gudrun geïmporteerd. De hengsten Dutch Boy, Pacific en Radisson komen uit deze stam." De NWP-fokkerij keurde ook een aantal Gelderse hengsten goed, alsmede de Groninger hengst Tamboer en diens kleinzoon Baldewijn die aan de basis staat van de huidige fokkerij van het Groninger paard.

Voortbestaan

De vraag naar gespecialiseerde rijpaarden nam steeds meer toe en zo dreigde in de jaren 1970-1980 het Groninger paard als ras alsnog te verdwijnen. Eind jaren zeventig waren er bijna geen zuivere Groninger raspaarden meer in Nederland. De laatste Groninger hengst Baldewijn werd in 1978 door een aantal vrijwilligers gered van de slacht. Liefhebbers van het Groninger paard richtten op 25 februari 1982 de Vereniging Het Groninger Paard op en er kon georganiseerd en legitiem gefokt worden. De stamboekvereniging begon met slechts één hengst en ongeveer twintig merries. Door zorgvuldig om te gaan met het fokken van het Groninger paard is het actuele bestand tegenwoordig 1500 Groninger paarden en per jaar worden er ongeveer veertig veulens geboren.

Veelzijdig ras

Het Groninger paardenras heeft door de tijd heen een ontwikkeling doorgemaakt van koetspaard naar landbouw- en rijpaard. In de tegenwoordige paardenfokkerij streeft men naar het Groninger paard als veelzijdig landbouwpaard, zoals het ras van begin jaren 1950. Alhoewel de Nederlandse sportpaardenfokkerij gefundeerd is op Groninger en Gelderse bloedlijnen zijn er nog maar relatief weinig (zuivere) Groninger paarden in Nederland. Voor behoud van het Gelderse paard is er binnen het KWPN een aparte afdeling. Het Groninger paard wordt in stand gehouden door stamboekvereniging het VGrP (Vereniging Het Groninger Paard). Zij probeert met een meer gesloten fokkerijpolitiek het Groninger paard te behouden. Het ras heeft een officiële status als zeldzaam huisdierras.

1
Het Groninger paard geschilderd door Otto Eerelman (1898).
1
Eigenaren van Groninger paarden presenteren zich jaarlijks op het Oogstfeest bij borg Verhildersum in Leens. Foto: Geertje Karstens.
1
Albert de Graaf met zijn Groninger Gangster voor de wagen. Foto: R. Tilstra
1
Groninger paarden tijdens het jaarlijkse Oogstfeest bij borg Verhildersum in Leens. Foto: Geertje Karstens
1
Kampioen Leander en veulen. Foto: Claudia Dermois
1
Kampioen zadelrubiek 2015. Foto: Claudia Dermois
1
Voltige en groninger Olmer (vereniging de Eemsrakkers Holwierde). Foto: R. Tilstra
1
Foto: Rosan Stokker

Bronnen

Groninger Paard Multi talent Deel 1 – Edsko Rakens (2006)

Harm Migchels, voormalig inspecteur Vereniging Het Groninger Paard

Website Vereniging Het Groninger Paard

Website Stichting Zeldzame Huisdieren

Website Gelderlander horse

 

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt