Planten & Dieren

Groninger Meeuw

Een levendig, goed vliegend hoen

Tegenwoordig kun je op Marktplaats een toom raskippen, bestaande uit bijvoorbeeld een haan en drie hennen, kopen voor dertig euro. Maar in de tweede helft van de 19e eeuw kostte een toom raskippen haast een vermogen. Slechts enkelen, met name de gegoede middenstand die tijd en geld had, konden zich een toom raskippen veroorloven. De 'gewone man' had kippen bij huis voor de eieren en voor het vlees. Een van de vele Nederlandse kippenrassen is de Groninger Meeuw. Het ras is nauw verwand aan de Oost-Friese Meeuw en behoort tot de gepelde landhoenders die sinds eeuwen overal in West-Europa voorkomen.

Groninger Meeuw

Groninger Meeuw Citroenpel kriel. Foto: Nederlandse Hoender Club

Groninger Meeuw

Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werd door de Stichting Zeldzame Huisdierenrassen 'met schrik' geconstateerd dat er nog slechts drie actieve Groninger Meeuwen fokkers waren die tezamen goed waren voor zo'n dertig Meeuwen. Dit zette een aantal liefhebbers er toe aan weer met dit zeldzaam geworden kippenras te gaan fokken en mede door toedoen van de in 1980 opgerichte Groninger Meeuwen Club werd het aantal fokkers in datzelfde jaar geschat op veertig en het aantal meeuwen op zevenhonderd.

Chauvinisme

In een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden uit 1981 werd melding gemaakt van de come-back van de Groninger Meeuw. Voorzitter G. Kruizinga van de Groninger Meeuwen Club wordt geciteerd: 'Als ik 's zondags in mijn auto door de provincie rijd, zie ik steeds vaker, dat mensen de meeuw op hun erf hebben lopen. Dat geeft voldoening.'Ik denk dat de belangstelling voor de meeuw ook te maken heeft met een stukje Groninger chauvinisme.'

<p>Gepelde veer van een Groninger Meeuw. Bron: Wikimedia.</p>

Gepelde veer van een Groninger Meeuw. Bron: Wikimedia.

Levendig erfgoed

De Groninger Meeuw wordt getypeerd als een 'levendig, goed vliegend hoen'. Opvallend is de aanwezigheid van 'pellen', met name bij de hen; zwarte "dopjes" op de veren. Pellen is een term afkomstig van de pellendoek, met figuren doorwerkt linnengoed.

De Groninger Meeuw heeft de kleurslagen zilver-, goud- en citroengeel, hij behoort tot de gepelde landhoenders en is een erkend Nederlands Hoenderras. De hennen hebben halsveren in de grondkleur en vleugels en staart vertonen de grondkleur met de peltekening. De hanen zijn vrijwel geheel goud, cintroengeel of zilverwit gekleurd, behalve de staart, die zwart is. De kam wordt rechtop gedragen. Het dier heeft donkerbruine ogen, de hen legt een mooi, groot, witschalig ei. De kuikens van de Groninger Meeuw lijken sterk op meeuwenkuikens, mogelijk is daarom voor de naam Meeuw gekozen.

Op de homepage van de Groninger Meeuwen Club worden de drie kleurslagen in onvervalst Gronings secuur beschreven, elders op de site ook in het Nederlands.

Sinds 1919 is de zilverpel groot erkend en in 1968 de krielvorm. Sinds 1950 is de goudpel groot erkend en in 1968 de krielvorm. De citroenpel groot is sinds 2008 en de kriel is in 1995 erkend.

<p>Groninger Meeuw soorten. Bron: Wikipedia.</p>

Groninger Meeuw soorten. Bron: Wikipedia.

Ontstaan van de Groninger Meeuw

Over het ontstaan van de Groninger Meeuw is men niet eenduidig, algemeen wordt verondersteld dat de Groninger Meeuw aan het eind van de 18e eeuw is voortgekomen uit Friese Hoenders en de Oostfriese Meeuw. In de inventaris uit 1888 van R. Houwink, een grootmeester op kippengebied, gemaakt tijdens een tocht door Nederland, wordt melding gemaakt van grofgepelde zilver- en goudpel getekend landhoenders op de markt in de stad Groningen en Ommelanden, die groter waren dan de Friese en Drentse hoenders. Maar waren dat de kippen die wij nu Groninger Meeuwen noemen? De eerste melding van de Groninger Meeuw wordt gemaakt in een advertentie op 18 april 1913 in het tijdschrift voor kleindierfokkers Avicultura waarin eieren, à 10 cent per stuk, worden aangeboden van 'Groninger Meeuwen of Friese Zilverpellen' door ene B. M. Th. Brouwers, Hoendiep N.z. 9, Groningen.

De Heer Brouwers

Vermoedelijk heeft deze eierverkoper, eigenaar van Stoom- Wasch- en Strijkinrichting 'De Hoop" aan het Hoendiep in Groningen, 'aan de wieg' gestaan van de Groninger Meeuw. Vanaf 1903 is de heer Brouwers gaan fokken met Friesche Zilverpel-kuikens en stelde uit de nakomelingen steeds foktomen samen bestaande uit de mooiste, grootste en sterkste exemplaren. Met als mogelijk doel grotere eieren van grotere kippen te verkrijgen.

In 1910 zendt Brouwers zijn dieren in voor een tentoonstelling van de Nederlandse Hoender Club. Brouwers schrijft daarover: 'dat de door mij ingezonden dieren 2x het gewicht hadden van de eveneens daar ingezonden Friesche Zilverpellen van andere exposanten...' Men adviseerde hem dan ook zijn kippen een andere naam te geven om de fokkers uit Friesland en hun Zilverpellen niet te verdringen. Brouwers koos voor de naam Groninger Meeuw, naar analogie van de meeuw uit Oost-Friesland. Brouwers werd een enthousiast pleitbezorger van de Groninger Meeuw en stuurde zijn kippen zelfs in voor de Wereldtentoonstelling van 1921.

Later zijn de Groninger Meeuw, de Oost-Friese Meeuwkriel en de Friese Hoenkriel gebruikt om de Groninger Meeuwkriel te fokken.

Huidige stand van zaken

Na de wederopstanding van de Groninger Meeuw rond 1980 worden er momenteel door vijftien fokkers honderdvijftig grote Groninger Meeuwen gehouden en twintig fokkers houden tweehonderd Groninger Meeuwen kriel. Streven is nu gericht op het meer perfectioneren van het ras.

Op Youtube zijn opnames te zien van de Meeuw Zilverpel Krielkippen.

1
Idso Wiersma met zijn Citroenpel kriel.
1
Goudpel haan. Foto: Rob Olivier
1
Mokkippen Goudpel. Bron: Wikimedia

Bronnen

Bert Mombarg, De Groninger Meeuw (uitgave Groninger Meeuwen Club,1992)

www.groningermeeuwenclub.nl

Nieuwsblad van het Noorden 19-06-1981

www.szh.nl/hoenders/groninger-meeuw

 

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt