Vermaak & Feest

Groningens Ontzet

Groningens Ontzet
Kaart van de belegering van Groningen. Rechts afgebeeld het huis Hemmen bij Haren, waar de bisschop van Münster tijdens het beleg zijn intrek nam. Zichtbaar de zigzaggende loopgraven, waardoor de Münsterse troepen de stadswallen benaderden.

Rampjaar

Het jaar 1672 heet in de geschiedenisboeken veelzeggend het rampjaar: de Republiek der Verenigde Nederlanden werd aangevallen door zowel Frankrijk, Engeland als de bisdommen van Keulen en Münster. Het Noorden was het doelwit van de bisschop Münster, Bernhard von Galen. Grote delen van de provincie Groningen behoorden tot in de zestiende eeuw bij het bisdom Münster en Von Galen hoopte de oude grenzen weer te herstellen. Al in 1665 deed hij daartoe een – mislukte – inval in Groningen.

Een Boheemse houwdegen

In de zomer van 1672 waagde de bisschop een nieuwe poging. Hij wist grote delen te veroveren van Westerwolde (met uitzondering van de vesting Bourtange) en het Oldambt.  Maar het bisschoppelijk succes keerde zich bij de Groninger stadswallen.

Groningen had zich terdege op een aanval voorbereid en deed voor de verdediging een beroep op de Boheemse legercommandant Carl Rabenhaupt (1602-1675), die al meer dan een halve eeuw oorlogservaring had. Rabenhaupt was na zijn aankomst in 1671 meteen begonnen met de verbeteringen van de vestingwerken en de aanleg van een grote wapen- en munitievoorraad. Bovendien mobiliseerde hij burgers en studenten die een bijdrage konden leveren aan de verdediging. Toen de bisschop van Münster op 19 juli tot aan de Stad was opgerukt, met een legermacht van zo'n 24.000 soldaten, trof hij daar dan ook een goed uitgeruste tegenstander.

Bommen Berend

Von Galen liet zijn troepen zich ingraven en begon op 27 juli met een artilleriebeschieting van de Stad. In een maand tijd werden negenduizend kanonskogels en zo'n vier- tot vijfduizend mortier- en brandbommen afgeschoten – de bisschop dankt hieraan zijn bijnaam 'Bommen Berend'. Maar Groningen weigerde zich over te geven. Gaandeweg het beleg sloegen in het Münsterse kamp desertie en ziekte toe, waarna Von Galen besloot de aftocht te blazen.

Op 27 augustus stelden verkenners van de Stad vast, dat de loopgraven dichtbij de stadswal verlaten waren. Een dag later bleek dat de hoofdmacht van het bisschoppelijk leger, dat z'n kampement had opgeslagen tussen Helpman en Haren, de terugtocht had ingezet.  In een boerenschuur blijven 1400 gewonden achter. Het verslaan van de bisschop was van groot belang voor de verdediging van de Republiek. Niemand minder dan Joost van den Vondel dichtte een lofzang 'Op de doorlugtige zege van Groninge'.

Jan Achtentwintigsten

Al in 1672 besloot het stadsbestuur het ontzet jaarlijks te herdenken. Tot de activiteiten behoorden onder andere een herdenkingsdienst in de Martinikerk en het luiden van de kerkklokken. De burgercompagnie hield op de feestelijke dag een oefening op de Grote Markt en vreugdevuren werden ontstoken.  In de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) kwam er echter een eind aan de jaarlijkse festiviteiten, die als te 'Oranjegezind' werden beschouwd. Pas in 1838 kwam de viering van Groningens Ontzet op het programma toen een aantal prominente Stadjers daartoe een feestcomité vormde. Het stadsbestuur maakte in 1854 van de 28e augustus een 'officiële' feestdag, die sindsdien elk jaar – uitgezonderd de beide wereldoorlogen – is gevierd. Sinds 1874 is de dat jaar opgerichte Vereeniging voor Volksvermaken verantwoordelijk voor de organisatie van de festiviteiten. De eerste voorzitter van de Vereeniging, de onderwijzer Jan Suringa (1821-1902), droeg zelfs de bijnaam 'Jan Achtentwintigsten'.

Peerdespul

Paarden nemen een prominente plaats in binnen de activiteiten op Groningens Ontzet. Een harddraverij staat sinds 1843 op het programma; dit paardenrennen had eerder plaats op de verjaardag van koning Willem II, vier dagen tevoren. Een keuring van tuigpaarden kwam daar in 1857 bij. Deze traditie is het boegbeeld van de viering geworden, mede door het beroemde schilderij dat Otto Eerelman in 1920 van de keuring maakte. Door de jaren heen veranderde er het nodige aan de invulling van de dag. De paardenkeuring verplaatste zich van Grote naar Ossenmarkt, het concours hippique verhuisde van de Korreweg naar de in 1922 geopende drafbaan in het Stadspark. De harddraverij maakte daar plaats voor een springconcours, wedstrijden met aanspanningen en tot slot dressuurwedstrijden. De dag wordt traditiegetrouw besloten met vuurwerk. Eerst werd dat afgestoken op de Grote Markt, maar eind jaren '80 verhuisden de pyrotechnici wisselend naar de Zuiderhaven en het Stadspark, van waar de pijlen de lucht in gingen.

'De Paardenkeuring op de Grote Markt op de 28ste augustus' - Otto Eerelman, 1920. Op het schilderij staan tal van bekende Stadjers afgebeeld, waarvan enkele ten tijde van de vervaardiging al waren overleden, zoals fabrikant Jan Evert Scholten.
'De Paardenkeuring op de Grote Markt op de 28ste augustus' - Otto Eerelman, 1920. Op het schilderij staan tal van bekende Stadjers afgebeeld, waarvan enkele ten tijde van de vervaardiging al waren overleden, zoals fabrikant Jan Evert Scholten.

Zuurkool met bal

Van zeer recente, 21e-eeuwse datum is de 'Groote maaltijd', door de Vereeniging Voor Volksvermaken gehouden voor haar leden en overige belangstellenden. Op het menu staat zuurkool met een gehaktbal. De maaltijd werd geïnspireerd door het gezamenlijk eten in andere, tijdens de Tachtigjarige Oorlog 'ontzette' steden, zoals Leiden en Alkmaar, waar respectievelijk hutspot en zuurkool worden geserveerd. De (forse) gehaktbal werd in Groningen toegevoegd vanwege haar treffende gelijkenis met een kanonskogel...

Overigens heeft de zuurkool wel enig historisch én Gronings fundament. Volgens een overlevering at de bisschop van Münster in de kerktoren van Haren – van waar hij goed zicht had op de belegerde stad – eens een zuurkoolmaaltijd, maar werd zijn etensbord door een kanonskogel van de Stadjers van tafel geschoten. Het projectiel was uiteraard afgeschoten dat door het meest legendarische stuk geschut in het Groninger wapenarsenaal, een kanon met de bijnaam 'Grote Griet'.

Vijfduizend bommen (en een bal gehakt)

Op 28 augustus vieren Stadjers feest, Bommen Berend. En dat al drie en een halve eeuw lang. Opmerkelijk is dat de feestdag met kermis, peerdenspul en tot slot een groots en briljant vuurwerk juist genoemd is naar de historische vijand van Groningen, de bisschop van Munster. Hij belegerde in 1672 de Stad meer dan een maand lang.

Bronnen

Egbert O. van der Werff en Egge Knol, Groningens Ontzet 1672 (Groningen 2007)

A. Westers (red.), Groningen Constant. Groningen Münster 1672 (Groningen 1972)

O. Westers, '125 Jaar Vereniging Volksvermaken te Groningen', Stad & Lande 7 (1998) nr. 3, 2-7

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt