Vermaak & Feest

De midwinterhoorn

Een nieuwe traditie oud leven ingeblazen?

De bewering duikt in heel wat toeristische folders en populaire folkloreboeken op: het midwinterhoornblazen is een oeroud, zelfs heidens gebruik, bedoeld om boze geesten te verjagen. Het blazen maakte deel uit van het Germaanse Joelfeest rondom de zonnewende (21 december). Onder invloed van het Christendom zou dat later de Adventperiode zijn geworden, de aanlooptijd naar Kerst. Maar wie het spoor van het midwinterhoornblazen vanaf het heden terug wil volgen in de tijd, zelfs naar vóórchristelijke tijden meer dan duizend jaar geleden, ondervindt daarbij de nodige problemen.

De midwinterhoorn
Giezelbaargbloazers Foto: Klooster Ter Apel

Eén van de onderzoekers die dat – kritisch – deed, was de volkskundige Han Voskuil van het Meertens Instituut. Volgens hem was het blazen op de hoorn niet veel ouder dan de negentiende eeuw, en vond dat toen ook nog maar incidenteel plaats. Pas in de jaren tussen Eerste en Tweede Wereldoorlog werd het midwinterhoornblazen een wijder verbreid 'volksgebruik'. Door folkloristen werden daar toen allerlei mythologische Germaanse interpretaties aangehangen. De vorm van de hoorn zou volgens Voskuil ook nog eens vrij recent zijn en ontleend aan de Alpenhoorn, dus helemaal niet inheems.

De opvatting van Voskuil zorgde voor heel wat ontstemde geluiden uit midwinterhoornblazerskringen, vooral in Twente. Het blazen op een hoorn zou volgens hen voorkomen in oudere bronnen dan de negentiende eeuw. En her en der werd nog een antieke hoorn opgeduikeld. Die had weliswaar een andere vorm, maar toch...

Vorm en functie

Opvallend is deze ouderdomsdiscussie is dat de 'verdedigers' van het oude gebruik soms het verschil tussen vorm en functie uit het oog lijken te verliezen. Natuurlijk werd er vroeger op hoorns geblazen. In tijden van crises, oorlogen of bij feesten. Of gewoon om te communiceren over lange afstand. Voorbeelden zijn er te over.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de boerhoorn, een runderhoorn die gebruikt werd om boermarken (een soort boerenvergaderingen) bijeen te roepen. Dergelijke bewaard gebleven hoorns eeuwen zijn vaak eeuwenoud. In Groningen is er een uit Vlagtwedde bekend. Maar daarmee overbruggen de bewaard gebleven hoorns nog niet de tijd naar de Vroege Middeleeuwen. En het bijeenroepen van een groep dorpsgenoten is toch echt iets wezenlijk anders dan het verjagen van geesten.

Bovendien weten we van de Germanen helemaal niet zo veel. Een schriftcultuur hadden de stammen niet en materiële sporen hebben ze in onze streken amper nagelaten. Met wat huisplattegronden, grafvelden, een handjevol objecten en een enkele moeilijk te duiden runeninscriptie houdt het wel op. Wat we wél weten van hun geloofswereld staat in teksten geschreven door hun vijanden, de Romeinen. Ook stammen enkele tekstoverleveringen uit de Hoge Middeleeuwen. Die zijn dan weer voornamelijk in Scandinavië en IJsland geschreven en kunnen vanwege de geografische afstand niet gebruikt om de historische werkelijkheid in het gebied van het huidige Nederland te duiden.

Kortom: het midwinterhoornblazen is in zijn huidige vorm waarschijnlijk een 'invented tradition'. En daar is toch ook helemaal niets mis mee?

Blijft wel de vraag wat het midwinterhoornblazen vandaag de dag betekent en waarom mensen graag willen dat het gebruik zo oud is. Het antwoord op die vraag is zoals bij zoveel tradities: eigen identiteit.

Rond de Giezelbaarg

Het midwinterhoornblazen kreeg in Groningen pas omstreeks 2005 voet aan de grond. Een groepje inwoners van Veele stortte zich toen op het instrument, nadat één van hen er kennis mee had gemaakt op een evenement in Drenthe. In het gebruik werden de 'Giezelbaargbloazers' bekwaamd door een leermeester uit Twente, het hartland van de huidige traditie. Een eerste maal werd in 2008 opgetreden bij het Klooster Ter Apel, nadat men zich vaardig genoeg vond. Met veel succes.

Opmerkelijk is dat in de media meteen al sprake was van 'een oude traditie' die – mooie beeldspraak – 'nieuw leven werd ingeblazen'. Het is ook niet verwonderlijk dat de midwinterhoorn juist in Westerwolde wortel schoot. Dit deel van de provincie wordt doorgaans als afwijkend beschouwd: in zijn landschap, taal en boerderijenbouw, om maar wat zaken te noemen. 'Saksisch' is een etiket dat deze lading wel dekt. Maar dat zegt uiteindelijk toch meer over wat we tegenwoordig als Saksisch beschouwen dan over de dagelijkse werkelijkheid van meer dan een millennium geleden.

Als slotakkoord: het stemmige en sonore geluid van de hoorns in een winters Westerwolds landschap is inderdaad erg indrukwekkend.

Bronnen

J.J. Voskuil, ‘Het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, of: op de klank van de midwinterhoorn de eeuwigheid in’, Volkskundig Bulletin 7 (1981) afl. 1, 1-50.

'Een heidens geluid in de kersttijd', Dagblad van het Noorden, 11 december 2011.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt