Vermaak & Feest

Fieterknuten en stropoppen

De viering van Sinterklaas in Groningen

De viering van Sinterklaas wijkt in Groningen tegenwoordig niet veel af van die in de rest van Nederland. De 'blauwdruk' voor het kinderfeest – dat op de avond van de 5e december een hoogtepunt bereikt ­– werd neergelegd in een prentenboek van de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, Sint Nikolaas en zijn knecht. Het populaire werk verscheen in 1850 en kende tot 1907 tal van herdrukken.

Fieterknuten en stropoppen
Sinterklaas komt in 1942 aan op het Hoofdstation in Groningen. Foto Noord-Nederlands Persfotobureau Folkers, Beeldbank Groningen, 2138-7241.

Schenkman bracht in zijn boek tal bestaande en nieuwe elementen van het feest samen, ingegeven door opvoedkundige motieven, zoals de aankomst van de Sint uit Spanje, de intocht in de stad en de pakjesavond. De stoomboot, het idee van een zwarte page (later ontwikkeld tot de figuur Zwarte Piet), het paard op het dak, de schoorsteen en de beloning met cadeaus (of bestraffing van vervelende kinderen met een roe): al deze ingrediënten zijn aan Schenkman te danken, net als enkele nog steeds gezongen liedjes. De schoolmeester tekende bijvoorbeeld voor de tekst van 'Zie ginds komt de stoomboot'.

Van een landelijke intocht van Sinterklaas is sinds 1952 sprake, ook het eerste jaar dat deze op de televisie werd uitgezonden. Maar na meer dan een halve eeuw had de Goedheiligman nog nooit afgemeerd in Groningen. De NPS (Nederlandse Programma Stichting) liet in 2004 zelfs weten: 'Het Noorden is te ver van Hilversum voor Sinterklaas'... Pas op 16 november 2013 vond de eerste landelijke intocht in Groningen plaats. De Sint overnachtte dat jaar tot de 5e december in de Der Aa-kerk. Een toepasselijke slaapplek, want de kerk was in de Middeleeuwen gewijd aan Maria én Sint-Nicolaas, de beschermheilige van schippers.

St. Nicolaas en Zwarte Piet doen inkopen bij een kraam aan de zuidzijde van de Grote Markt. Prent, ca. 1875-1900. Beeldbank Groningen, 1536-5068.
St. Nicolaas en Zwarte Piet doen inkopen bij een kraam aan de zuidzijde van de Grote Markt. Prent, ca. 1875-1900. Beeldbank Groningen, 1536-5068.

Sunterkloazen

Met de standaardisering van de Sinterklaasviering verdwenen vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw de meeste lokale varianten op het feest, met hun eigenaardigheden.  Op het Groninger Hogeland ging het er tot die tijd tijdens Sinterklaas een stuk minder kindvriendelijk en pedagogisch verantwoord aan toe. Boerin en schrijfster Eilina Johanna Huizenga-Onnekes (1883-1956), groeide op in Vierhuizen en herinnerde zich uit haar jeugd:

'Om en noabie midwintersdoagen laipen ien mien jeugd grode jongs en boerenknechten mit schebelskoppen [=maskers] veur. Ze drougen n wit hemd of n wit loaken over klaaier, haren n ket ien haand, om t bain en n olde grode swaarde houd daip ien ogen. Paardie haren n wit schebelskop veur mit holle of oetknipte ogen. Ze mouken n hels keboal, tikten aan gloazen en vrougen of der ook stoute kiender wazen. t Was om kel van te worden. Dizze Sunterkloazen leken ien niks op goudhaaileg bisschop van Myra'.

De 'Sunterkloazen', opgeschoten jongens, was het vooral om een paar centen of lekkernij te doen. In dat opzicht had Sinterklaas het karakter van andere winterse bedelfeesten, zoals Sint Maarten, Nieuwjaar (met het Nieuwjaarslopen) en Driekoningen.

De Sinterklaastijd was in Hunsingo voor opgeschoten jongens de tijd om publiekelijk wraak te nemen op meisjes die het in hun ogen hadden verbruid. Bij hen werd een stropop bezorgd of op het dak gezet, vergezeld van een brief met 'schimp en hoon'.

Fieterknuten

Wat de oude en nieuwe vormen van viering met elkaar gemeen hebben: Sinterklaas is een feest van geven. Ook op het gebied van lekkernijen voltrok zich een zekere mate van landelijke gelijkvormigheid.

Inmiddels bijna verdwenen – hoewel op sommige plekken de traditie inmiddels weer herleeft – zijn bijvoorbeeld de fieterknuten. Op het Hogeland was dit de verzamelnaam voor allerlei Sinterklaasgebak gemaakt van zoet wittebroodsdeeg. De koeken hadden allerlei kunstzinnige, vaak menselijke of dierlijke vormen: stoetkerels, eendjes, muizen, zwaan in het nest, enzovoort.

Kerk van Romen

Wat uiteindelijk ook verdwijnt, is het geloof in het geloof Sinterklaas zélf – vanaf een bepaalde leeftijd. Veel Groninger Sinterklaasliedjes zijn er (in vergelijking met Sint Maartensliedjes) niet, maar dit versje werd begin vorige eeuw gezongen door overmoedige kinderen in de Stad die niet meer geloofden:

'Sunt-Nikloas kin nait meer komen,

Want hai is al joaren dood;

Hai ligt in de kerk van Romen,

Mit zien baaide billen bloot.'

Bronnen

K. Ter Laan, Groninger Volksleven II. Beschrijvende folklore (Groningen 1961).

E.J. Huizenga-Onnekes, Het menschelijk leven in 't Groningerland; een volkskundige studie (Assen 1939).

Eugenie Boer, 'De Sint Nicolaas van Jan Schenkman. Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan', Ons Amsterdam 47 (1995) 12 (december), 282-286.

John Helsloot, 'Die Nationalisierung des Nikolausfestes in den Niederlanden im 20. Jahrhundert. Eine Skizze anhand der Fragebogen des Meertens-Instituts von 1943 und 1994', Rheinisch westfälische Zeitschrift für Volkskunde 45 (2000) 217-244.

'Noorden popelt om Sint in Delfzijl te ontvangen', Dagblad van het Noorden, 27 november 2004.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer
  • Wordt niet openbaar gemaakt